• Nieuwsbrief
  • Posts
  • Wat kunnen wij leren van kiezersonderzoeken?

Wat kunnen wij leren van kiezersonderzoeken?

In deze nieuwsbrief aandacht voor het afnemende vertrouwen van kiezers in het kabinet, de discussie over de zorgtaken van de gemeente en welke inzichten gehaald kunnen worden uit kiezersonderzoek waar politici ook echt wat mee kunnen.

👋Vandaag zaterdag 30 november vindt in Den Bosch het VVD najaarscongres plaats. Vanwege dringende andere verplichtingen (verschonen van luiers) ben ik er niet bij. Ik volg het daarom fijn vanuit huis.

Er zal tijdens het congres onder meer een motie ingediend worden tegen het huidig kabinet. Ik denk niet dat de motie het gaat halen. Wel blijkt uit onderzoek van RTL een verschuiving te hebben plaatsgevonden: 77 procent van de VVD kiezers heeft geen vertrouwen meer in het kabinet.

Die kiezers begrijp ik wel. Vrijwel dagelijks komt Schoof-I negatief in het nieuws. In de NRC staat de analyse dat de coalitie inmiddels alleen nog op papier bestaat. De VVD fractie in de Kamer doet wat mij betreft voortreffelijk werk. Onder meer heeft Claire Martens een plan ingediend om de NPO te hervormen. Broodnodig en goed dat de Kamer dit oppakt. Het kabinet lijkt daarentegen van crisis naar crisis te hobbelen.

De chaos rondom het kabinet leidt tot enkele interessante maar meer academische vraagstukken. Bijvoorbeeld de onderwijsbegroting die niet in de senaat aangenomen dreigt te worden. Hoogleraar Geerten Boogaard vroeg op Linkedin zich terecht af wat dit betekent voor de minister van OCW (Bruins / NSC). De NOS suggereerde dat de minister er belang hij had om de begroting te laten stranden als dat betekent dat de huidige begroting (met meer geld) blijft gelden. Dit blijkt complexer te zijn: op grond van de Comptabiliteitswet 2016 blijft de huidige begroting dan maar deels overeind. Daarnaast wordt gesteld dat een afgewezen departementele begroting gezien kan worden als een motie van wantrouwen tegenover de minister. De minister heeft er dus belang bij zijn begroting te verdedigen ook als hij daardoor minder geld krijgt voor zijn departement.

Dergelijke staatssrechtelijke vraagstukken over de werking van de democratie zijn echt alleen voor de liefhebber. Kiezers maken zich - als vanzelfsprekend - druk over hele andere zaken. In deze nieuwsbrief sta ik hierbij stil aan de hand van een recente longread op De Correspondent. Dat verhaal gaat over waarom linkse partij verkiezingen verliezen maar er valt nog veel meer uit te halen.

Het eerste deel van de nieuwsbrief gaat over het lokale debat dat wij in de Amsterdamse gemeenteraad voeren over de zorg (en eigenlijk over wat een gemeente kan doen aan preventie) en hoe dit debat landelijk ook speelt.

Veel leesplezier!

Laurent Staartjes

Laurent Staartjes
[email protected]

Wil je reageren op deze brief? Of heb je een onderwerp dat interessant is voor de lokale politiek?

Ik hoor het graag!

Zorg en gemeenten

Woensdag 20 november ging ik met wethouder Scholtes (D66) in debat bij het politieke cafĂŠ van D66. We spraken onder meer over de toekomst van zorg en de rol van de gemeente daarin. Een belangrijke rol speelde het lokale en landelijke debat over gezond voedselaanbod.

Integraal zorgakkoord

Zorg en gemeenten is een actueel onderwerp. De VNG heeft gisteren (vrijdag 29 november) besloten zich terug te trekken uit het “integraal zorgakkoord”. De formele reden is dat het kabinet besloten heeft de middelen voor de gemeenten te korten om hun deel van het akkoord uit te kunnen voeren. In de wandelgangen hoor je ook een ander geluid: het akkoord zou teveel een feestje zijn van de zorgverzekeraars. Zorgverzekeraars Nederland reageert dan ook direct op de terugtrekking van de gemeenten: zij noemen het zeer zorgelijk. De vraag is hoe nu verder.

Tijdens het debat met de wethouder ging het niet zozeer over de landelijke politiek maar echt over wat gemeenten kunnen doen. Ik presenteerde het voor Amsterdamse begrippen ‘radicale’ plan om gewoon de basis op orde te krijgen. Radicaal omdat Amsterdam verslaafd is aan experimenten, pilots, innovaties etc. Daar gaat veel geld en energie heen. Die pilots zijn leuk maar krijgen zelden opvolging. En juist rondom de opgaven in de zorg is een stabiele basis noodzakelijk en wat mij betreft ook de hoofdprioriteit.

Verbieden van snackbars

Het debat kwam meer tot leven op het punt of een gemeente wel of niet moet ingrijpen in de fysieke leefomgeving om bijvoorbeeld snackbars te weren. De wethouder onderzoekt momenteel of dt mogelijk is. In eerdere nieuwsbrieven heb ik mij al kritisch uitgelaten over dit plan van de wethouder. Het leidde tot een interessant debat waarbij vanuit de zaal ook gevraagd werd over de liberale waarden.

Het debat over de snackbars speelde eerder dit jaar ook al. Collega raadslid Igor Runderkamp van de PvdA betoogde in mei in de Trouw dat â€˜het weren van snackbars uit arme buurten echt geen betutteling is’. Dat kwam hem in dezelfde krant op kritiek te staan van een andere PvdA’er Tim ‘S Jongers die juist weer betoogde dat voor mensen die in armoede leven een frikandel ‘de rationele keuze’ kan zijn en hij stelde ook ‘geen bewijs te kennen dat het weren van ongezond voedsel­aanbod in wijken Ăźberhaupt tot gezondheidswinst leidt.’

Bij de PvdA zijn ze tot de ontdekking gekomen dat je elkaar ook kan whatsappen en Igor en Tim hebben inmiddels hun meningsverschil uitgepraat. Zij kwamen deze week in de NRC met een interessant gezamenlijk artikel: “als je geen geld hebt, is de keuze voor een goedkope, ongezonde hap snel gemaakt’. In deze opinie wordt door beiden het weren van snackbars inmiddels ‘een achterhoedegevecht’ genoemd. Zij richten hun pijlen nu op de voedselindustrie zelf. Zij menen onder meer dat ‘je kennis van zaken nodig hebt om in de supermarkt de gezonde producten tussen de ongezonde massa uit te kunnen vissen’.

Met die stelling ben ik het ook als liberaal eens. Het is een probleem: de vrije markt werkt het best als consumenten goed geinformeerde keuzes maken en er binnen het aanbod ook voldoende bewuste keuzes te maken zijn. Daarvoor moet ook de aanbodkant (producenten en supermarkten) hun best doen om transparant een eerlijk te zijn over wat in de producten zit. Ik heb mij daarvoor ook altijd ingezet. Mijn oude werkgever (Questionmark) kwam deze week met een onderzoek waaruit blijkt dat supermarkten hun afspraak uit het nationale preventieakkoord om meer producten uit de Schijf van Vijf aan te bieden niet nakomen. Supermarkten zeggen - in hun reactie - er wel op te willen sturen dat consumenten een meer bewuste keuze kunnen maken.

Terecht waarschuwt staatssecretaris Karremans (Preventie / VVD) naar aanleiding van het rapport de supermarkten dat de overheid op een gegeven moment moet ingrijpen als de afgesproken verandering niet doorzet. Wat mij betreft zijn het de supermarkten die aan zet blijven, maar het moet voor alle partijen duidelijk zijn dat het niet vrijblijvend is.

Komen we tot slot bij het meer juridische vraagstuk: gemeenten kun via omgevingsplannen wel type zaken reguleren (fastfood is in Amsterdam al sterk beperkt) maar niet het assortiment van zaken. Bij het gezonder maken van de leefomgeving door het voedselaanbod te verbeteren ligt de bal dus bij de landelijke en niet bij de lokale politiek.

Hoe kiezersonderzoek politici wel kan helpen

Kiezersonderzoek wordt door analisten en politici vaak gebruikt om het eigen gelijk te onderbouwen. Ik ben voor belastingverlaging en warempel wat blijkt: 53% van Nederland is het volgens een peiling met mij eens. Belastingen moeten dus naar beneden.

Dergelijk gescherm met percentages maakt doorgaans weinig indruk. Het gevaar van deze manier van denken is dat politici daardoor een heleboel inzichten missen die ook verscholen zitten in de data en misschien veel relevanter zijn. Op de Correspondent staat daarover een fantastisch verhaal van Jesse Frederik. Dit naar aanleiding waarom ‘links verkiezingen blijft verliezen’. Het verhaal staat bol van de scherpe inzichten. Ik laat de hoofdlijn (waarom links verliest) even voor wat het is en bespreek enkele andere inzichten die met elkaar verband houden.

Jesse zegt onder meer: mensen kunnen prima op een partij stemmen waar ze het grotendeels mee oneens zijn. Zolang die partij het maar met ze eens is over de onderwerpen die voor hen het allerbelangrijkst zijn.

Bovenstaande klopt natuurlijk en is ook de beste verklaring voor de winst van Trump in Amerika. Ja, een groot deel van zijn stemmers is het niet eens met zijn gedrag en uitspraken. Trump was daarentegen de enige van de twee kandidaten met een goed verhaal op economie en migratie. Precies de twee thema’s die voor de kiezer het meest belangrijkst waren. De rest is dan bijzaak.

Een criticus kan dan zeggen: was het verhaal van Trump op economie en migratie echt zo goed? Het is toch praktisch onuitvoerbaar? Komen we op een ander inzicht uit het stuk: kiezers kijken naar concrete politieke beloften, niet naar de uitvoering. Jesse Frederik wijst er terecht op dat het plan van Trump om een muur te bouwen tegen migratie totale onuitvoerbare onzin was. Dat maakt voor de kiezer niet uit: het is een bewijs dat Trump echt meer aan migratie wilde doen dan de concurrenten. De richting die een politicus op wil telt uiteindelijk.

In Nederland zagen wij die discussie terug bij de inzet van het noodrecht. Wilders is verweten dat hij migratie wilde oplossen met ‘misbruik van het noodrecht’. Voor de kiezer is dat niet relevant: Wilders wil tenminste het probleem aanpakken.

Maar is inzet van noodrecht wel democratisch te verantwoorden? Veel staatsrechtjuristen waarschuwden voor misbruik van het noodrecht. In de Volkskrant stuurden twee van mijn collega’s bij IPSOS I&O een opiniestuk in waarin zij constateren dat voor een deel van de Nederlandse burgers de wens om restrictief asielbeleid te voeren zwaarder weegt dan het borgen van democratische principes. Dat zien zij als een gevaarlijke ontwikkeling.

Ik kan hun argumentatie begrijpen, maar Jesse komt (op grond van hetzelfde onderzoek als waar mijn collega’s zich op baseren) in zijn stuk tot een ander inzicht. Hij citeert daarbij politiek wetenschapper Alexander Wuttke die al eerder constateerde: ‘Grote meerderheden van burgers tolereren schendingen van een democratische norm als ze in ruil daarvoor gewenst beleid ontvangen’. Dat is een gegeven en op zichzelf niet problematisch omdat die verantwoordelijkheid niet bij de kiezer ligt. Kiezers beoordelen de wenselijkheid van het beleid, het is aan politici om te bepalen (en uit te leggen) wat binnen de democratische afspraken wel en niet mogelijk is. Jesse laat aan de hand van het debat over BTW op groente en fruit zien dat zowel linkse als rechtse politici dat niet altijd leuk vinden, maar het wel nodig is.

Het waarborgen van democratisch ethos ligt volgens mij dan ook bij de politiek zelf en het intern functioneren van democratische instituties. De kiezer wil bijvoorbeeld een lager eigen risico, of dat wel of niet door beide Kamers moet worden bepaald is van minder belang. Dat laatste tot het politieke (en daarmee electorale) punt van discussie maken werkt dan averechts. Het debat gaat om het eerste.

Bovenstaande inzichten helpen niet alleen om te verklaren waarom sommige partijen (of presidenten) wel meerderheden halen en andere niet. Het geeft politici ook richting waar het publieke debat over zou moeten gaan: de richting die een partij op wil en niet wat er allemaal niet deugt aan het idee van de ander.

Amsterdamse wethouders

Als bonus beschouwt Jesse in zijn stuk kritisch een optreden van de Amsterdamse wethouders Moorman (PvdA) en Groot Wassink (GroenLinks) in een linkse podcast. Waar zij samen kletsen over het ter discussie stellen van ‘de kapitalistische consumptie en productiewijze’ en mensen die zich zorgen maken over migratie maar racisten vinden. Reuze nuttig natuurlijk dat het college van Amsterdam zich daar ook mee bemoeit. Jesse meent: Het wordt gebracht met een air van ‘zo, nu gaan we eens wat harde noten kraken’. Maar dit zijn natuurlijk geen harde noten. Dit is een Snickers, vermomd als een harde noot. Dit zijn twee linkse wethouders die tot de geruststellende conclusie komen dat ze de kiezer zullen overtuigen door met meer verve en passie uit te dragen wat cultureel-progressief Nederland al lang vond.

Een doodlopende weg volgens Jesse. En eerlijk gezegd denk ik dat hij daar gelijk in heeft.

Afsluiter

Vorige week kreeg de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling (die toen niet doorging vanwege de storm) de langverwachte stukken opgestuurd rondom het politieke experiment van ‘community wealth building’. Geld dat bedoeld is voor de leefbaarheid en veiligheid in stadsdeel Nieuw-West wordt besteed aan een poging om ‘lokale geldstromen te verleggen’ richting Nieuw-West. Werkt dat? Tjah. Voor nu lijkt het geld (2,2 miljoen per jaar) voornamelijk nog naar de ambtelijke organisatie te stromen.

Opvallend: waar de wethouder eerst bij hoog en bij laag ontkende bezig te zijn met het ontwikkelen van een ‘lokale munt’ in Nieuw-West, heeft de commissie nu een lijvig rapport ontvangen waaruit blijkt dat het college al twee jaar met dat project bezig was. Inclusief diverse collegebesluiten.

Het draagt bij aan de vele vragen die rondom het politieke experiment leven. Volgende commissie SO gaan wij deze bespreken.

Wat vond je van deze nieuwsbrief? Reageer door een reply te verzenden op deze mail of stuur een mail naar [email protected]